De meeste zwangere vrouwen hebben zelf reeds op jonge leeftijd windpokken gehad en hebben dus voldoende afweerstoffen. Het risico ligt dus enkel bij de zwangere vrouwen die als kind geen windpokken doormaakten en dus geen afweerstoffen opgebouwd hebben.

 

De risico’s voor de baby zijn afhankelijk van hoever je zwangerschap gevorderd is :

 

Besmetting voor de 16e week van de zwangerschap

 

Als een zwangere vrouw windpokken krijgt gedurende de eerste 16 weken van de zwangerschap, dan kunnen er ernstige afwijkingen ontstaan bij het kind : afwijkingen aan de armen en benen (niet goed gevormd en veel te klein), oogafwijkingen, klompvoeten, spierverschrompeling en afwijkingen aan het zenuwstelsel of groeiachterstand. Soms wordt de baby zelfs dood geboren.

Als je voor de 16e week windpokken krijgt, kun je best tussen de 20 en 22 weken een uitgebreide echo laten doen om de baby extra te onderzoeken.

 

Besmetting na de 16e week tot ruim voor de bevalling

 

In deze periode zal de baby geen blijvende schade overhouden. De hoge koorts bij de moeder kan wel schadelijk zijn en voor een vroeggeboorte zorgen (koorts kan weeën opwekken !).

 

Besmetting 5 dagen voor de bevalling tot 2 dagen na de geboorte

 

Vlak na de geboorte zijn de windpokken heel gevaarlijk voor de baby. Het virus kan het kindje heel ziek maken, in 30% van de gevallen leidt dit zelfs tot de dood. Deze aandoening noemt men neonatale varicella. In dit geval wordt de baby  niet beschermd door de afweerstoffen van de moeder en moet hij/zij binnen 72 uur het varicella zoster immunoglobuline toegediend krijgen.

 

 

 

 

 

 

 

Bronnen

 

-         http://medischnieuws.be

-         Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Nederland)